1 Bagage
Kun je alles dragen wat je bij je hebt?
Aan de grens mag je achterlaten wat je tas te zwaar maakt.
Ook dat laagje op de bodem, verkreukeld, vergeten. Wat neem je mee?
Reis licht als een zucht want alles is er al.
dragen ・ ervaring ・ meenemen
2 Pelgrimsjas
Hoe zal ik je noemen, vreemdeling?
Gekleed als iedereen, van overal en nergens.
Ken ik je ergens van?
Of weet je niet meer wie je bent?
Waar kan ik je aan herkennen?
Aan je ogen, aan je jas?
identiteit ・uiterlijk ・rol
3 Aandenken
Een moment om nooit te vergeten.
Hoe bewaar je een herinnering?
Een verdwaalde schelp in je jaszak,
Elk aandenken vertelt een verhaal
dat je kunt delen
meenemen ・bewaren ・verhaal
4 Overzicht
Het pad naar beneden is steil en verdwijnt uit het zicht.
Wat doe je als je de weg niet overziet?
Vertrouw je op je voeten en op wat je onderweg vindt?
Of neem je voor de zekerheid iets mee?
vooruitkijken ・voor de zekerheid ・ avontuur
5 Wegwijzer
Gebaande wegen, smalle paadjes
die verdwijnen in het groen.
Je moet kiezen.
De pijlen wijzen alle kanten op.
Hoe weet je of de juiste weg bestaat?
Heb je een gids die wegen aangeeft
of is het niet erg als je een keer verdwaalt?
richting ・gids ・kiezen