6. Zomerkamp
Welkom gast, dit is je tent.
Leg je spullen neer,
schuif aan bij het vuur.
Eet en rust uit, je bent hier welkom
Totdat je verder reist.
We doen hier veel samen, help je een handje mee?
Een basiskamp, reiziger, waar vind je dat?
verblijf ・onderdak ・samen
7. Avondlied
Iedere dag, als de avond valt klinkt er een lied.
Vertrouwde woorden, iedereen zingt mee.
Het volgt het ritme van de dans,
het is van alle tijden.
Winter en voorjaar
Het jaar is rond
En morgen is er weer een dag
Die komt vanzelf
vertrouwd ・ ritme ・voorspelbaar
8. Bron van de Oorsprong
Uit de grond van je hart welt op wie je bent.
Dichter bij jezelf kun je niet komen.
In het diepst van je ziel hoor je je eigen stem.
Soms zonder woorden: de stilte van het weten.
Hier, bij de bron.
kern・zoals je bent ・grond van je hart
9. Voering
Wat dringt door tot in je hart?
Iets moois waar je blij van wordt,
Maar ook een stoot die pijn doet.
Een zachte laag
bedekt de toegang tot je hart.
Om te verbergen wat alleen van jou is,
om te beschermen wat je kwetsbaar maakt.
kwetsbaar ・bescherming ・ bij jezelf houden
10. Moeras
Je baant je een weg door het moeras – oersoep, chaos.
Een adembenemende tocht.
Uitputtend, eindeloos. Kom je eruit, reiziger?
Zie je de zee van mogelijkheden,
de vormen die ontstaan onder jouw handen?
Kun je ruimte geven aan de chaos?
Het is het begin van iets nieuws.
chaos ・ eruit komen ・ vormgeven
11. Padsteen: intuïtie
Ga even zitten en denk nergens aan
Ergens, diep in jou,
liggen antwoorden
klaar om gevonden te worden
Tussen water en modder wachten ze als padstenen:
Kleine tekens die zich tonen
als je kijkt komen ze op in je gedachten
aanvoelen ・ innerlijk weten ・ inzicht
12. Koloriet
Wat deed je graag toen je klein was?
Waar kon je in opgaan zonder de tijd te voelen?
Een blijvende passie, met hart en ziel
omdat vanbinnen dan alles klopt.
Bij de Bron
groeien de kleuren van je hart.
Wat fleurt jouw leven op?
Wat is de kleur van jouw verlangen?
gedreven ・ passie ・ betekenisvol
13. Myrwater
Alles wat groeit draagt iets mee van zijn begin.
Gevoed door de wortels
groeit een vrucht rond de kern.
Groeien is een samenspel
van wie je bent en je omgeving.
Natuur en wat je meekreeg;
aanleg en vorming.
Hoe was jouw begin?
wortels ・ voeding ・ vrucht
14. Speelveld
Speel je mee?
We doen alsof het echt is,
Ons speelveld is de wereld in het klein.
We spelen voor de lol.
Lachen als het misgaat,
doorgaan met een zere knie.
Eindeloze uren,
wie niet weg is, is gezien.
De vloer is lava, Tikkie, jij bent hem!
Doe je mee of kijk je toe?
plezier ・ blijven spelen・ doen alsof
15. Op weg
Wat is een weg zonder mijlpalen,
zonder hectometerpaaltjes om te zien hoever je bent?
In de verte wacht een bestemming,
een opdracht, een doel of een ideaal.
Daar moet je naartoe. Soms is het een verwachting
die je niet zelf gekozen hebt.
Waarom ben je op weg?
Is het je eigen weg of die van een ander?
missie ・ doel ・ opdracht
16. Dromen
Doe even niets. Lummel, verveel je.
Laat je gedachten los, drijven op de wind.
Een zachte ademtocht
beweegt de veertjes van een dromenvanger.
Misschien verrassen ze je met nieuwe ideeën.
Wat zou er komen als je even niets doet?
lummelen ・ vertragen ・ ingeving
17. Pelgrimssteen
Je bent niet op zoek – ineens ligt het voor je voeten.
Iets kleins en het valt je op.
Misschien zie je zulke kleine vondsten over het hoofd
Als je de dromen van een ander volgt
en verschijnen ze pas als je met je eigen ogen kijkt.
Wat heb jij gevonden zonder dat je zocht?
verrast ・ schatzoeken ・ vondst